![]()

Het aantal verslaafden aan heroïne wordt, zoals eerder gezegd, in Nederland geschat op ongeveer vijfentwintigduizend. Indien nog rekening gehouden wordt met een aanzienlijk aantal verslaafden die op geen enkele wijze met de hulpverlening of justitie in contact komen, valt deze schatting enigszins hoger uit, namelijk zevenentwintigduizend. Vergeleken met andere Europese landen en zeker met de Verenigde Staten zijn de geschatte aantallen, zoals eerder vermeld, niet hoog te noemen (zie bijlage I).
De subgroep van primaire cocaïneverslaafden is de laatste jaren iets toegenomen, maar blijft beperkt van omvang*. Dit geldt ook voor het gebruik van goedkopere vormen van cocaïne.
Ongeveer 65 procent van de verslaafden staat in contact met de hulpverlening. Naar schatting driekwart van de heroïnegebruikers onder deze cliënten ontvangt min of meer regelmatig het vervangende middel methadon*.
Het gebruik van XTC (MDMA) onder scholieren is de laatste jaren sterk toegenomen. In 1992 had 3,3% van de scholieren van 12-18 jaar ooit XTC gebruikt. Het overheersende gebruik is incidenteel en recreatief*. Frequent gebruik komt voor onder specifieke groepen kwetsbare jongeren zoals cliënten van de jeugdhulpverlening*.
Het gebruik van XTC kan leiden tot ernstige acute gezondheidsschade zoals oververhitting en uitdroging, incidenteel zelfs met dodelijke afloop. Tevens kan er ernstige lever- en nierschade optreden. XTC is vanwege deze risico's voor de gezondheid gerangschikt onder de hard-drugs. Ook andere minder bekende zogenoemde designer-drugs kunnen een bedreiging zijn voor de volksgezondheid. De snelle ontwikkelingen op het gebied van de psychofarmaca leiden ertoe dat er steeds nieuwe drugs voor recreatieve doeleinden op de markt komen. Een positieve ontwikkeling is dat de gebruikers hiervan zich meer en meer opstellen als kritische consumenten die zo min mogelijk risico's willen lopen.
![]()