![]()

De indruk wordt wel gewekt dat het merendeel van de overlast en het overgrote gedeelte van de, wel als verwervingscriminaliteit gekenschetste, diefstallen en inbraken voor rekening komt van verslaafden en dat alle verslaafden door het plegen van strafbare feiten in hun levensonderhoud voorzien. Die indrukken zijn verre van juist.
Een deel van vermogenscriminaliteit is te beschouwen als gelegenheidscriminaliteit. Een ander deel wordt gepleegd door sociaal zwak-geïntegreerde adolescenten die echter lang niet allen tevens verslaafd zijn*. Daarnaast kunnen illegaliteit*, gokverslaving of meer algemeen, een op luxueuze consumptie gerichte leefwijze die niet uit eigen middelen is te financieren, evenzeer tot verwervingscriminaliteit leiden. Het aandeel van de drugverslaafden in de totale criminaliteit - dus inclusief het niet opgehelderde deel - wordt geschat op tien à twintig procent.
Doordat de crimineel actieve kern onder de drugverslaafden een veelvoud aan delicten pleegt (hun recidive is hoog) en hierbij bovendien soms zeer openlijk tewerk gaat, komen deze personen naar verhouding vaak in beeld bij de politie en justitie*. Hun hogere recidive leidt tot een groot aandeel in de statistieken van door de politie van criminaliteit verdachte personen. En leidt ook tot meer en langere opgelegde vrijheidsstraffen. Dat momenteel ongeveer de helft van de gedetineerden-populatie verslaafd is, is hiermee in overeenstemming. Hieraan mag echter zeker niet de conclusie worden verbonden dat de helft van alle criminaliteitsproblemen wordt veroorzaakt door drugverslaving.
Van de door de politie opgehelderde vermogensdelicten in grotere steden is volgens recent onderzoek een derde deel toe te schrijven aan drugverslaafden. Bij vijf veel voorkomende vermogensdelicten zoals woninginbraak en autokraak is dit zelfs de helft. Over het hele land is dit wat minder.
Volgens Nederlands en buitenlands onderzoek pleegden veel - volgens sommige deskundigen zelfs de helft - van de drugverslaafden reeds delicten voordat zij verslaafd raakten aan drugs.* Bij deze groep zijn criminaliteit en drugmisbruik elkaar versterkende elementen van een onaangepaste levensstijl. Hier moet waarschijnlijk ook de verklaring worden gezocht voor het ervaringsgegeven dat de verstrekking van methadon aan heroïneverslaafden op zichzelf lang niet altijd leidt tot de beëindiging van hun criminele carrière.
Het aandeel van drugverslaafden in de criminaliteit heeft in hoofdzaak betrekking op de veel voorkomende lokale criminaliteit: vermogensdelicten zoals woninginbraak, autokraak, diefstal met geweld, beroving op straat en winkeldiefstal (art. 310, 311, 312 WvS)*. Daarnaast komen, in mindere mate, geweldsdelicten voor zoals mishandeling, bedreiging en levensdelicten; wapendelicten; en, nog minder, zedendelicten, verkeersmisdrijven en economische feiten. Geweldsdelicten kunnen mede voortvloeien uit de ontremmende werking van bepaalde middelen. In dit opzicht is het misbruik van alcohol echter een veel belangrijkere criminogene factor. Voorts zijn verslaafden betrokken bij de drughandel op straatniveau. Drugverslaafden spelen vrijwel geen rol in hogere posities in de georganiseerde/professionele criminaliteit in de handel in drugs.
Voor de overlastproblematiek geldt dat deze net als de veelvoorkomende vermogenscriminaliteit vaak te generaliserend en ongenuanceerd aan drugverslaafden wordt toegeschreven. Dak- en thuislozen, alcoholisten, illegalen, gokverslaafden en psychiatrische patiënten dragen in veel steden eveneens bij aan de overlast en aan de gevoelens van onveiligheid. De overlastproblematiek van drugverslaafden is een, overigens belangrijk, onderdeel van de bredere problematiek van concentraties van sociaal-gemarginaliseerde groepen in de grote steden*.
Binnen het kader van het grote stedenbeleid zijn door de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mede namens de ministers van SoZaWe, Economische Zaken, Justitie, VROM en VWS, afspraken gemaakt met allereerst de vier grootste steden voor een structurele verbetering van de veiligheid en leefbaarheid in het bijzonder in de sociaal meest kwetsbare wijken. Ook met de vijftien andere grote steden worden dergelijke convenanten afgesloten. Voor de uitvoering van gemaakte plannen heeft het rijk een totaalbedrag van 375 miljoen voor de komende vier jaar ter beschikking gesteld. Hiermee worden onder meer integrale projecten gericht op de integratie van risicogroepen onder jongeren gefinancierd en wijkgerichte projecten ter verbetering van de veiligheid, annex leefbaarheid. Daarnaast is er een bedrag oplopend tot 560 miljoen gereserveerd voor een banenplan in de sector toezicht. Het kabinet heeft daarmee een krachtige impuls gegeven aan de preventie van criminaliteit en overlast in de grote steden. Verwacht mag worden dat de afspraken met de steden de fundamenten zullen zijn van een integrale aanpak van de verloedering- en overlastproblematiek.
De criminaliteits- en overlastproblematiek die wordt veroorzaakt door enkele duizenden zeer problematische verslaafden met hoge recidive vormt inmiddels een uitwas die hoe dan ook effectiever moet worden bestreden. Aangezien hiervoor, mede gezien de overzichtelijke omvang van de doelgroep reële mogelijkheden bestaan of te vinden moeten zijn, ziet het kabinet het tot zijn taak hier op korte termijn zichtbare resultaten te boeken.
Beleid gericht op de opsporing en vervolging van de groep, crimineel hoog-actieve verslaafden kan, zo heeft de ervaring in enkele steden geleerd, leiden tot een aanmerkelijke daling van de criminele overlast. Dit beleid zal krachtig worden gestimuleerd. Voorts zal het daarop aansluitende zorgaanbod aangepast worden. In hoofdstuk 3, paragraaf 6 wordt hierop teruggekomen.
![]()