![]()

Een deel van de overlast wordt veroorzaakt door buitenlandse verslaafden die illegaal in Nederland verblijven en drugtoeristen uit naburige EU-staten. Vanuit Duitsland, België, Frankrijk en andere landen komen druggebruikers naar Nederland om zich van drugs te voorzien en/of die te gebruiken. Drugtoerisme komt in verschillende gemeenten langs de oost- en de zuidgrens, zoals Arnhem, Venlo, Heerlen en Maastricht, voor. Ook sommige meer landinwaarts gelegen steden worden hiermee geconfronteerd. Sommigen gebruiken de gekochte waar ter plaatse, anderen nemen een hoeveelheid voor zich zelf of voor anderen mee over de grens.
Hard-drugtoerisme gaat vaak gepaard met agressieve manieren van werving (drugrunners) en onduldbare overlast in woonbuurten en stadscentra.
Het tegengaan van drugtoerisme op de zogenaamde Hazeldonkroute (Lille, Antwerpen, Rotterdam) geschiedt in samenwerking met de Franse en de Belgische autoriteiten. De actie richt zich op zowel op drugrunners als op drugtoeristen.
In 1994 werden meer dan 800 toeristen en runners aangehouden. De inzet kostte aan Nederlandse politiezijde ongeveer 35.200 mensuren. Het drugrunnen op delen van de snelweg in België en Nederland is afgenomen, maar het verschijnsel vraagt blijvende aandacht. Acties leggen een groot beslag op de beschikbare celcapaciteit.
Door het optreden vond er verschuiving van de problemen plaats, naar andere delen van de grens en naar andere drugpanden. Ook het reispatroon veranderde: er wordt meer per trein gereisd.
In 1995 is door de Rotterdamse autoriteiten onder de naam Victor een integraal offensief ingezet tegen de drugoverlast. In dat kader zijn wederom veel panden gesloten en enkele honderden buitenlandse drugtoeristen en runners opgepakt. Dit repressieve beleid ter ontmoediging van het buitenlandse drugtoerisme wordt in de komende jaren voortgezet. Daarbij zal meer prioriteit worden gegeven aan de opsporing en vervolging van de leidende figuren achter de lokale consumentenmarkten voor hard-drugs, dat wil zeggen degenen die de runners en handelaren in panden e.d. aansturen.
Tussen de justitiële autoriteiten in België en Noord Frankrijk en Nederlandse leden van het openbaar ministerie is overleg op gang gekomen over een meer structurele aanpak van het probleem, waarbij goede samenwerking tussen de politiële en opsporingsdiensten voorop staat. Tussen Frankrijk en Nederland zijn magistraten en politiefunctionarissen uitgewisseld. Dit heeft de samenwerking op politieel en justitieel gebied verbeterd.
Het beleid is er op gericht om de aan de zuid- en oostgrens in dit kader door de verschillende politieregio's geleverde inspanningen beter op elkaar af te stemmen en om waar mogelijk de vervolging van drugzaken met buitenlandse verdachten over te dragen aan de buitenlandse autoriteiten. In het overleg met de buurlanden worden ook de elementen zorg en preventie ingebracht. Overleg zal plaats vinden over dwang- en drangprojecten, waarbij uit het buitenland afkomstige criminele verslaafden in de gelegenheid worden gesteld als alternatief voor het verblijf in een Nederlandse gevangenis in het land van herkomst een behandeling te ondergaan.
Gelet op de beperkte capaciteit die - in het bijzonder in Frankrijk - beschikbaar is voor opvang van verslaafden, kunnen de verwachtingen echter op de korte termijn nog niet te hoog gespannen zijn. In het kader van het Europese drugbestrijdingsplan is door Nederland een voorstel met betrekking tot de aanpak van drugtoerisme ingebracht. Door de Europese Commissie is in het kader van het drugbestrijdingsplan een voorstel gedaan voor de vaststelling van een communautair actieprogramma inzake de preventie van drugverslaving*. Dit programma biedt mogelijkheden voor de verbetering van de verslavingszorg binnen de Europese Unie.
Voorzover het buitenlandse verslaafden betreft die strafbare feiten plegen, waaronder kleinhandelaren en drugrunners, liggen gerichte opsporing, vervolging en berechting of overdracht van strafvervolging, directe uitzetting alsmede, voor zover mogelijk, ongewenstverklaring (art. 21 Vreemdelingenwet) voor de hand. Ook met betrekking tot EU-burgers, die verblijfsrecht op basis van communautair recht genieten en in het algemeen een bijzondere bescherming tegen uitzetting genieten, zijn wij van oordeel dat in dringende gevallen directe uitzetting geoorloofd is (art. 100 lid 4 Vreemdelingenbesluit). Drugtoeristen uit de buurlanden die zich schuldig maken aan criminaliteit en daardoor de openbare orde verstoren, moeten er rekening mee houden dat zij op grond van de Vreemdelingenwet onmiddellijk zullen worden uitgezet. Onder geen beding kan er in worden berust dat Nederland het centrale opvanggebied voor Europese heroïneverslaafden wordt. Aan de export van buitenlandse drugproblemen naar Nederland zal een einde worden gemaakt.
![]()