![]()

De drugproblematiek verandert voortdurend van karakter. Dit heeft gevolgen voor de zorgactiviteiten, maar evenzeer voor het preventiewerk. Nieuwe drugs, veranderende gebruikspatronen en nieuwe risicogroepen stellen aan het preventiewerk hoge eisen en vragen om een dynamische aanpak. De opkomst van de XTC-achtige middelen vereist bijvoorbeeld een andere instelling en benadering dan de in het verleden verrichte 'traditionele' activiteiten. Preventie kan niet beperkt blijven tot de traditionele doelgroepen als scholieren en, wat betreft de secundaire preventie, heroïnegebruikers. Het preventiewerk behoeft wat betreft het adequaat reageren op nieuwe ontwikkelingen verbetering. Nieuwe risicogroepen en verborgen gebruikers worden nog onvoldoende bereikt. Illustratief in dit verband is het feit dat niet zelden andere dan de traditionele instellingen actief zijn bij het benaderen en adviseren van jongeren die naar disco's, coffeeshops en houseparties gaan en daar drugs gebruiken. Ook van de traditionele instellingen wordt een actieve opstelling verwacht ten aanzien van nieuwe gebruikersgroepen en het bezoeken van plaatsen waar het gebruik van drugs plaatsvindt.
Ten aanzien van de preventie is door het ontbreken van voldoende evaluatiemateriaal onzeker wat de specifieke resultaten van de verschillende inspanningen van de afgelopen jaren zijn. Juist doordat het werkterrein van zowel de primaire als de secundaire preventie breder wordt, moet duidelijk worden welke interventies effectief zijn en welke niet. Onderzoek naar de effectiviteit en doelmatigheid van preventie zal derhalve worden gestimuleerd.
Dit geldt eveneens voor het volgen van ontwikkelingen in de aard en omvang van het druggebruik. Inzicht hierin is absoluut noodzakelijk om adequaat te kunnen reageren op nieuwe trends. Marktverkenning via een monitoringsysteem is van groot belang voor het preventiewerk en voor de zorgsector. Preventiewerkers kunnen op deze wijze beter en eerder inzicht krijgen in maatschappelijke trends die invloed kunnen hebben op de drugproblematiek. Monitoring is tevens van belang voor de hulpverlening, die daardoor bijvoorbeeld vroegtijdig nieuwe, schadebeperkende strategieën kan ontwikkelen. Voor een goede monitoring zijn door ons gelden gereserveerd.
Hierboven werd al geconcludeerd dat problematisch druggebruik sterk is gerelateerd aan sociale achterstandssituaties. Preventie zal, om nieuwe risicogroepen in een vroegtijdig stadium te kunnen benaderen, een breder aandachtsgebied moeten krijgen en meer oog moeten hebben voor dergelijke sociale achterstandssituaties. Om groepen als zwerfjongeren, spijbelaars en allochtone en autochtone randgroepjongeren te benaderen zal tevens samengewerkt moeten worden met andere instellingen, zoals de jeugdhulpverlening. In het grote stedenbeleid is een integrale aanpak voorzien van de dreigende marginalisering van grote groepen jongeren in de grote steden. De grote steden zullen daartoe dit jaar samen met het openbaar ministerie en de politie concrete actieprogramma's opstellen.
Het beleid zal uit moeten gaan van de zogenaamde facet-benadering, dat wil zeggen zoveel mogelijk rekening moeten houden met de verschillende invalshoeken van de problematiek. Wij verwijzen in dit verband naar de nota 'Gezond en Wel, kader van het volksgezondheidsbeleid 1995-1998' (TK 1994-1995, nr. 24126) en naar de nota 'Regie in de Jeugdzorg'*.
Voor drugverslaving geldt wel zeer in het bijzonder dat voorkomen beter is dan genezen. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat onder jongeren een toereikend risicobewustzijn op basis van objectieve informatie de beslissende preventieve factor is. Reeds een aantal jaren wordt door het NIAD, in samenwerking met GG&GD'en en de onderwijswereld een groot aantal op jongeren gerichte voorlichtingsactiviteiten uitgevoerd. Een 06-informatielijn met betrekking tot alcohol, drugs, tabak en gokken zal naar verwachting nog dit najaar worden geopend. Wij zullen bevorderen dat, o.a. in het kader van de integrale aanpak van de jeugdproblematiek in de grote steden, die een belangrijk onderdeel vormt van het grote stedenbeleid, een nieuwe impuls wordt gegeven aan hoogwaardige, realistische voorlichting op scholen over het gebruik en misbruik van alcohol, nicotine en drugs, mede specifiek gericht op probleemgroepen. Door het CAD Drenthe bijvoorbeeld zijn op voorstel van het openbaar ministerie, naar analogie van een succesvol Duits initiatief, videoclips geproduceerd over de risico's van druggebruik die kunnen worden gebruikt voor voorlichting in disco's e.d. Ook de mogelijkheid om voorlichtingsactiviteiten in coffeeshops uit te oefenen zullen beter benut kunnen worden.
Sluitstuk van de preventie zal moeten zijn dat strafrechtelijk hard wordt opgetreden tegen drughandelaren die op of nabij scholen opereren of hiervoor leerlingen inzetten. De Minister van Justitie zal het openbaar ministerie opdragen hiermee in het opsporings- en vervolgingsbeleid rekening te houden. De verkoop van hard-drugs aan jongeren zal extra zwaar worden bestraft.
De opkomst van het gebruik van designer-drugs zoals XTC vereist een nieuwe benadering. Het probleem vanuit de preventie-optiek is dat deze drugs in het algemeen niet leiden tot lichamelijke afhankelijkheid, maar wel in een aantal gevallen tot ernstige gezondheidsschade. Daarnaast is er het probleem dat er pillen van inferieure kwaliteit in omloop worden gebracht. In voornoemde monitoringsactiviteiten zal ook de kwaliteit van deze drugs worden gevolgd. Tevens is het beleid gericht op het ontwikkelen van nieuwe communicatietechnieken. Thans worden door een landelijke werkgroep activiteiten op dit gebied voorbereid. Ook kan meer aandacht worden geschonken aan de zogenaamde 'bestuurlijke preventie'. Zoals gezegd is onlangs door de Minister van VWS een notitie aan de gemeenten gezonden met handreikingen voor de ontwikkeling van een beleid voor grootschalige manifestaties (Stadhuis en House, 1995).
Met name door uitvoerende instellingen wordt een gebrek gesignaleerd aan landelijke ondersteuning van het preventiewerk in de vorm van informatievoorziening, deskundigheidsbevordering en innovatie. Deze situatie is ongewenst aangezien op zowel eventuele overlappingen als lacunes in de preventie onvoldoende zicht bestaat. Ook in de aansluiting van de verslavingszorg op de activiteiten van de politie en justitie bestaat nog onvoldoende inzicht.
Wij zullen op korte termijn mogelijkheden scheppen voor de instelling van een landelijke steunfunctie kwaliteit preventiewerk die in deze behoeften voorziet.
![]()