3. Preventie, zorg en behandeling van verslaafden

3.5 Regie en financieringsstructuur ambulante verslavingszorg

De ambulante verslavingszorg is hoofdzakelijk geconcentreerd in circa 45 grotere gemeenten. Tot 1994 gold voor de ambulante verslavingszorg de Tijdelijke Financieringsregeling Verslavingszorg (TFV), met een budget van ruim f 110 miljoen. Kenmerkend voor de TFV was dat de financiering via 23 zogenoemde kern-/centrumgemeenten liep. Deze hadden de verplichting om in overleg met de andere betrokken gemeenten het ambulante verslavingszorgbeleid in hun regio gestalte te geven. Het gezamenlijk verdelen van het regiobudget over de betreffende instellingen en betrokken gemeenten was daarbij verzekerd. Deze deels gedecentraliseerde regie en financieringsstructuur heeft bevredigend gewerkt.

In het kader van de 'sociale vernieuwing' is de ambulante verslavingszorg geclausuleerd opgenomen in de Tijdelijke Wet Stimulering Sociale Vernieuwing (TWSSV). De bovenbeschreven constructie van 23 kerngemeenten voor het inrichten van de ambulante verslavingszorg in de regio bleef gehandhaafd. Daaraan is toegevoegd een zorg- en informatieplicht voor de betrokken gemeenten, alsmede de voorwaarde om binnen de regio tot een adequaat overleg te komen met daarvoor in aanmerking komende betrokkenen.

Gezien het tijdelijke karakter van de TWSSV ligt het in het voornemen om met ingang van 1997 het totale TWSSV-budget over te hevelen naar het Gemeentefonds. Aangezien dit naar zijn aard geen mogelijkheden tot een geclausuleerde overdracht kent, zal dientengevolge het budget voor de ambulante verslavingszorg worden versnipperd over alle gemeenten. De op dit moment nog bestaande koppeling tussen bestuurlijke verantwoordelijkheid, zorgplicht en het kunnen beschikken over de daartoe noodzakelijke specifieke gelden, komt hiermede te vervallen.

Door de Nederlandse Vereniging van Instellingen voor Verslavingszorg (NeVIV) en enkele gemeentebesturen is aandacht gevraagd voor het gevaar van versnippering. De plicht tot samenwerking en informatievoorziening van de betrokken gemeenten met betrekking tot de ambulante verslaafdenzorg dient naar het oordeel van het kabinet wettelijk te worden verankerd. Dit zou bijvoorbeeld kunnen via een wijziging van de Welzijnswet, in het bijzonder artikel 12.

In overleg tussen betrokken partijen wordt naar mogelijkheden gezocht om vóór 1997 te komen tot een toekomstige financieringsstructuur waarbij de huidige werkwijze in essentie wordt gecontinueerd. Daarbij is het van cruciaal belang dat de koppeling tussen bestuurlijke verantwoordelijkheid en de beschikbaarheid van het daarbij behorende budget gehandhaafd blijft. Het Gemeentefonds kent een instrument om gelden tijdelijk specifiek aan gemeenten toe te delen. De middelen blijven daarbij gelijk, maar gaan nu via het Gemeentefonds. Dit kan maximaal vier jaar duren. Die vier jaren zullen worden gebruikt om de noodzakelijke regionale samenwerking te verbeteren. Die samenwerking zal het vervolgens mogelijk maken om de middelen via algemene maatstaven te verdelen.




Tweede Kamer, vergaderjaar 1994-1995, 24077, nrs. 2-3
© Ministerie VWS