![]()

De decriminalisering van het bezit van soft-drugs in 1976 leidde niet tot een stijging van het gebruik. In de eerste jaren na de wijziging van de Opiumwet trad in het consumptieniveau een stabilisering op*. Volgens landelijke cijfers is het gebruik in de periode 1984-1994 weer iets toegenomen. Elders valt dezelfde golfbeweging waar te nemen*. In de Verenigde Staten is de laatste jaren zelfs een sterke stijging opgetreden*. Zowel qua hoogte als qua trend wijkt het gebruik in Nederland niet sterk af van dat in andere landen. Het gebruik lijkt primair te worden bepaald door modes binnen de internationale jongerencultuur en andere autonome ontwikkelingen zoals de omvang van de langdurige werkloosheid onder jongeren. Van het drugbeleid van de overheid en de daarmee samenhangende beschikbaarheid van drugs gaat een beperkte invloed uit.
Het totaal aantal personen in Nederland dat regelmatig cannabis gebruikt, wordt door het Nederlands Instituut voor Alkohol en Drugs (NIAD) geschat op 675.000*.
Zoals gezegd is het aantal soft-druggebruikers na een daling in de jaren zeventig toegenomen. Het overwegende consumptiepatroon is recreatief van aard. Onder specifieke groepen jongeren zoals chronische spijbelaars en zwerfjongeren is het gebruik van cannabis wel bijzonder hoog en intensief te noemen.
Het in Nederland gevoerde beleid lijkt niet te hebben geleid tot een toename van het gebruik. Er zijn wel aanwijzingen dat het bestaan van vrij toegankelijke coffeeshops ertoe bijdraagt dat bepaalde gebruikers langer doorgaan met gebruik*.
De prevalentiecijfers - cijfers over de omvang van het gebruik binnen bepaalde bevolkingsgroepen - geven op zichzelf weinig of geen informatie over problematische aspecten van het gebruik. Over de werking van cannabis is inmiddels veel wetenschappelijke literatuur beschikbaar. De hoofdwerking van cannabis wordt gevormd door beïnvloeding van de stemming, het bewustzijn en het geheugen. De werking is afhankelijk van de dosering en van de gebruikswijze. Naast euforiserende effecten, rust en ontspanning - op grond waarvan cannabis o.a. in de Verenigde Staten voor medicinale doeleinden wordt voorgeschreven - treden verminderingen op in het concentratievermogen, de waakzaamheid en het functioneren van het geheugen*.
De lichamelijke toxiciteit van cannabis is gering. Dodelijke overdosering noch lichamelijke afhankelijkheid komen voor. Psychische afhankelijkheid kan voorkomen, maar is naar zijn frequentie en mate niet vergelijkbaar met de psychische afhankelijkheid, die gepaard gaat met gebruik van heroïne, cocaïne of alcohol en nicotine. Cannabisgebruik roept minder agressiviteit op dan alcoholgebruik. Cannabisgebruik is zeker niet noodzakelijkerwijs een opstap naar gebruik van harde drugs. Het aantal incidenten veroorzaakt door acute overdosering bedraagt enkele tientallen per jaar. De behandeling daarvan is eenvoudig en kan in veruit de meeste gevallen beperkt blijven tot het brengen van de gebruiker in een rustgevende omgeving en het zonodig toedienen van een tranquillizer.
Het aantal personen dat vanwege hun cannabisgebruik hulp vraagt bij de Consultatiebureaus voor Alkohol en Drugs (CAD's) is de afgelopen jaren toegenomen. In 1993 stonden 1749 personen op grond van problemen rond het gebruik van cannabis ingeschreven bij de CAD's. Dat is 3% van het totaal aantal ingeschreven cliënten van de verslavingszorg. Naar schatting gaat het om 1 à 2 procent van de intensieve cannabisgebruikers, dat wil zeggen van degenen die tien keer of vaker per maand cannabis gebruiken.
Het geheel van thans bekende feiten en gebruiksomstandigheden leidt tot de slotsom, dat de risico's van cannabisgebruik niet op zichzelf reeds als 'onaanvaardbaar' worden gekwalificeerd, zulks in tegenstelling tot de risico's verbonden aan het gebruik van hard-drugs, zoals heroïne.
Toch past ook ten aanzien van het gebruik van cannabis voorzichtigheid. Cannabisgebruik is vooral populair onder jongeren, dat wil zeggen bij gebruikers die verkeren in een levensfase waarin risico's actief worden geëxploreerd. De huidige maatschappelijke druk op de adolescent om op school of op het werk prestaties te leveren is door de steeds hoger wordende scholingseisen groot. Anderzijds zijn de perspectieven op duurzaam werk en de daarbij horende status en sociale relaties voor sommige groepen onzeker. In deze context zijn de kansen op excessief cannabisgebruik groter.
Bijzondere aandacht verdient de uitwerking van cannabis op scholieren. Vast staat dat incidenteel gebruik weliswaar weinig problemen geeft, maar dat dagelijks cannabisgebruik het leveren van goede schoolprestaties bemoeilijkt. Het zou wenselijk zijn indien meer kennis beschikbaar kwam over de ervaringen van scholen met het gebruik van soft-drugs door leerlingen. Belemmeringen hiervoor zijn de beduchtheid van de leiding en besturen van scholen voor de reputatie van hun school en van ouders en opvoeders voor aantasting van de privacy van de betrokken leerlingen. Meer openheid hierover is gewenst.
In aansluiting op de reeds bestaande activiteiten zal worden gepoogd meer informatie te verzamelen over de omvang en aard van de problemen rond cannabisgebruik onder leerlingen en over de effectiviteit van toegepaste correctieve en preventieve maatregelen. De voorlichting over de risico's van frequent en intensief cannabisgebruik zal worden geïntensiveerd.
![]()