![]()

Volgens schattingen van de politie* op basis van 'criminal intelligence' zijn er in Nederland ongeveer honderd criminele organisaties actief waarvan ongeveer 80% mede of uitsluitend handelt in drugs*. De omvang van de handel in verdovende middelen zou volgens de politie in vergelijking met 1993 ongeveer gelijk zijn gebleven. Sinds dat jaar zijn 33 hooggeorganiseerde criminele groepen ontmanteld, waarvan 27 in drugs handelden. In totaal zijn ruim 100 personen gearresteerd die als kernleden/leiders werden beschouwd. Er zijn echter ook weer nieuwe groepen actief geworden.
Ongeveer de helft van de meldingen aan het Meldpunt Verdachte Transacties die als verdacht worden gekenmerkt heeft betrekking op transacties in verband met drugs*.
Organisaties waartoe in hoofdzaak Nederlanders behoren zijn vooral actief in de handel in soft- drugs. De afzet op de Nederlandse consumptiemarkt voor soft-drugs heeft een geschatte omzet 800 miljoen waarvan de helft nederwiet. Nederlanders zijn daarnaast betrokken bij de doorvoer als ook bij de internationale handel in soft-drugs en XTC. Deze laatstgenoemde handel voltrekt zich voor een belangrijk deel geheel buiten Nederland.
Voor de 100 hooggeorganiseerde groepen heeft driekwart als hoofdactiviteit de handel in hard-drugs en bijna de helft de handel in soft-drugs (een aantal groepen kent meerdere hoofdactiviteiten).
Ruim de helft van de groepen die voornamelijk in hard-drugs handelen, doen dat ook in soft-drugs en het overgrote deel van de groepen die in soft-drugs handelen, handelen tevens in hard-drugs. De scheiding der markten die op het niveau van de gebruikers wordt nagestreefd, lijkt dus op het terrein van de georganiseerde misdaad nauwelijks te bestaan.
Binnen de Europese Unie is geen overzichtsbeeld beschikbaar van de georganiseerde criminaliteit in verband met drugs of anderszins. Er ontbreekt nog een eenvormige definitie of lijst van criteria voor de opstelling van een dergelijk overzicht. Op nationaal niveau blijken er grote verschillen te zijn in de beschikbaarheid van relevant statistisch materiaal op dit terrein. Nederland, Italië, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland lopen bij de beschrijving van het fenomeen voorop waardoor een scheef beeld kan ontstaan. In het kader van de Justitieel-Bestuurlijke Samenwerking van de Europese Unie is een werkgroep doende om in afwachting van een Europees systeem voor het verzamelen en analyseren van informatie te komen tot een deugdelijke methode voor de beoordeling van de georganiseerde criminaliteit in de Unie. Nederland speelt in deze werkgroep een actieve rol.
Met het benodigde voorbehoud in verband met de genoemde handicaps kan ten aanzien van alle landen worden vastgesteld dat het verschijnsel georganiseerde criminaliteit zich stevig heeft genesteld en dat het verhandelen en smokkelen van drugs voor binnen de Unie actieve criminele groepen een kernactiviteit blijft. In veel gevallen werken de organisaties internationaal. Zij beperken zich ook niet tot een delictsoort, maar zijn betrokken bij een waaier van criminele activiteiten. In het bijzonder worden genoemd, mensensmokkel en prostitutie, wapenhandel, afpersing, geweldsdelicten, autodiefstal en handel, valsheidsdelicten, EG-fraude, het illegaal verwerken of storten van afval, corruptie, fraude en witwassen alsmede bedreigingen van bijvoorbeeld politie en getuigen*.
Tussen groepen bestaan er vormen van (internationale) samenwerking. Zoals eerder gezegd, blijkt dat de knooppuntfunctie van ons land in het internationale transport van legale goederen een infrastructuur schept die ook voor de import en doorvoer van illegale drugs en de voorbereiding daarvan wordt benut. Dit misbruik zal in de komende jaren actief worden tegengegaan.
Zoals eerder opgemerkt worden door de Nederlandse politie, de douane en het openbaar ministerie de invoer en handel van drugs krachtig bestreden. De betrokken opsporings- en douaneambtenaren en officieren van justitie hebben zich hierbij de afgelopen jaren grote inspanningen getroost. De nieuwe recherchemethodiek van de misdaadanalyse is in Nederland sterk in ontwikkeling en heeft geleid tot het meer systematisch rechercheren naar criminele organisaties, waarbij ook informatie uit het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties e.d. wordt benut. In nauwe samenwerking met de FIOD worden in toenemende mate de nieuwe wettelijke mogelijkheden voor het traceren, bevriezen en verbeurdverklaren van illegaal verkregen vermogens benut. Dat bij de aanpak van criminele organisaties successen niet zijn uitgebleven, blijkt onder andere uit de arrestatie van de leiders van ongeveer dertig hooggeorganiseerde criminele organisaties in de afgelopen twee jaar.
De inspanningen van de politie en justitie dragen ertoe bij dat de drugs voor de gebruikers relatief kostbaar blijven en niet openlijk kunnen worden verhandeld. In samenhang met de beproefde scheiding van de markten van soft- en hard-drugs wordt aldus een bijdrage geleverd aan de beperking van het aantal beginnende hard-druggebruikers. Vanwege de grote inspanningen die nodig zijn om voldoende geld te krijgen voor de aankoop van hard-drugs wordt door de strafrechtelijke bestrijding vermoedelijk ook aan de beëindiging van de verslaving door een deel van de oudere verslaafden bijgedragen.
De strafrechtelijke aanpak van de handel heeft er ook in Nederland niet toe geleid dat de aanvoer en aanbod van hard-drugs blijvend zijn teruggedrongen. Het aanbod op de internationale markten blijft bestaan en de potentiële winsten zijn dermate groot dat de plaatsen van gearresteerde dealers en ontmantelde criminele organisaties in de regel weer door anderen worden ingenomen. In dit laatste opzicht is er weinig uitzicht op blijvende successen. Ook dient het gevaar onder ogen te worden gezien dat nationale en internationale netwerken van criminele organisaties geleidelijk aan steeds meer economische en financiële macht verwerven. Volgens schattingen wordt er jaarlijks in de wereld voor 500 miljard gulden omgezet in drugs*. De problematiek van de groei van de, onder meer in de drughandel actieve, georganiseerde misdaad doet zich voor in grote delen van de wereld en heeft de volle aandacht van de lidstaten van de Verenigde Naties zoals is gebleken op de conferenties van regeringsleiders en ministers in Napels in 1994.
Het kabinet zal in de komende jaren een actieve bijdrage leveren aan de bewustwording en discussie omtrent deze wereldwijde problematiek die door sommigen wordt beschouwd als het onvermijdelijke gevolg van het strafrechtelijke verbod op het gebruik van drugs. Onjuist acht het kabinet echter de wel gehoorde opvatting dat de enige remedie tegen de drugproblematiek zou bestaan uit algehele legalisering van alle drugs en dat een gedifferentieerd en op beheersing gericht beleid zinloos is. De strafrechtelijke en bestuurlijke bestrijding van de georganiseerde criminaliteit in verband met o.a. de drughandel zal krachtig worden voortgezet.
![]()