5. De handhaving van de Opiumwet

5.5 Internationale samenwerking bij de bestrijding van drugs

De illegale handel in verdovende middelen heeft een internationaal karakter. Niet alleen liggen produktielanden en consumptielanden verspreid over de gehele wereld, de illegale handelaren zijn ook constant op zoek naar nieuwe afzetmarkten. Het realiseren en onderhouden van transportroutes vergt niet alleen in produktie- en consumptielanden, maar ook in de landen die onderweg worden aangedaan, constante organisatie van 'werknemers'. Ligt bij de bestrijding van deze illegale handel tussen produktie- en consumptielanden het accent op het opsporen van transportroutes en het verstoren van transporten en de opsporing van koeriers, in de consumptielanden verschuift dit naar de ontmanteling van de gehele organisatie. Deze activiteiten kunnen slechts succes hebben indien de nationale opsporingsinstanties in de betrokken landen intensief en efficiënt samenwerken.

De noodzaak van die samenwerking bestaat reeds geruime tijd en komt tot uitdrukking in verdragen die speciaal met het oog op het voorkomen en bestrijden van de illegale handel zijn gesloten. Op mondiaal niveau is de juridische basis vastgelegd in een drietal verdragen van de Verenigde Naties, te weten het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen van 1961, zoals gewijzigd bij protocol 1972, het Verdrag inzake Psychotrope Stoffen van 1971 en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen 1988.

Deze verdragen bieden door hun mondiaal karakter en de hoge ratificatiegraad een goede basis voor de strafrechtelijke samenwerking tussen produktie- en consumptielanden. In de samenwerking tussen consumptielanden wordt eveneens van deze instrumenten gebruik gemaakt, maar is tevens gebleken dat de efficiency van de samenwerking wordt bevorderd door aanvullende regelingen op te stellen. Zo is, in het kader van de Raad van Europa, het Verdrag ter uitvoering van artikel 17 van het hiervoor genoemde VN-verdrag van 1988 tot stand gebracht, dat voorziet in een samenwerkingsregeling voor het optreden buiten de territoriale wateren tegen elkaars schepen waarin drugsmokkel plaatsvindt en werd in de Uitvoeringsovereenkomst van Schengen een apart hoofdstuk aan verdovende middelen gewijd. Voorts bevat het Verdrag betreffende de Europese Unie bepalingen inzake de bestrijding van illegale handel in verdovende middelen, en zijn in EU-verband nadere activiteiten ontwikkeld, zoals de genoemde verordeningen en richtlijnen inzake de precursoren en de oprichting van de Europol Drugs Unit als voorloper van Europol.

In voorkomend geval wordt ook op bilaterale basis een verdragsrelatie aangegaan. Zo werd in 1989 tussen het Koninkrijk en Venezuela het verdrag gesloten inzake de beteugeling van het misbruik van, de ongeoorloofde handel in en de ongeoorloofde produktie van verdovende middelen, psychotrope stoffen en de daarmee in verband staande chemische middelen.

Voegt men deze specifieke regelingen bij het netwerk van algemene verdragen inzake internationale strafrechtelijke samenwerking (uitlevering, rechtshulp in strafzaken, overdracht en overname van respectievelijk strafvervolging en de tenuitvoerlegging van strafvonnissen, confiscatie van opbrengsten van misdrijven) als ook de verdragen over bestuurlijke bijstand op douanegebied die in Nederland en zijn buurlanden van kracht zijn, dan kan gesteld worden dat een aanzienlijk instrumentarium ten behoeve van de internationale opsporing en de vervolging van drugdelicten en de in deze landen opererende internationaal georganiseerde verbanden die zich daarop richten, voorhanden is. Het streven is dan ook niet in eerste instantie gericht op aanvulling van het verdragsinstrumentarium.

Verdere verhoging van de efficiency in de internationale samenwerking is echter wel wenselijk. Deze kan worden bereikt door grondige analyse van de grensoverschrijdende aspecten van de drughandel en de daarbij betrokken organisaties. Belangrijk zijn ook het vormen en onderhouden van internationale netwerken van politie, douane en justitie opdat coördinatie in de opsporing en vervolging in concreto efficiënt en met inachtneming van ieders nationale recht verloopt en het instrumentarium dat de genoemde verdragen bieden optimaal wordt ingezet.

Binnen Europa neemt ten gevolge van de intensivering van de samenwerking het aantal rechtshulpverzoeken inzake opsporing en vervolging van drugzaken toe. Dit dwingt tot vereenvoudiging van internationale en nationale procedures. Met de inwerkingtreding van de Uitvoeringsovereenkomst van Schengen zijn vele procedures tussen de lidstaten aanzienlijk vereenvoudigd onder andere doordat verzoeken direct tussen politie en OM onderling kunnen worden uitgewisseld.

In Nederland heeft de toename van het aantal verzoeken geleid tot een besef dat de afhandeling van verzoeken door politie, openbaar ministerie en ministerie van Justitie kwalitatieve verbetering dient te ondergaan. Nu het incidentele karakter heeft plaats gemaakt voor een gestage stroom van verzoeken, is de noodzaak van een structurele organisatie van de afdoening van verzoeken door alle relevante partijen onontbeerlijk. Zowel op het departement van justitie als bij het openbaar ministerie en de politie zijn of worden de procedures met behulp van automatisering geoptimaliseerd. Daarbij wordt tevens aandacht besteed aan de onderlinge afstemming en informatie- uitwisseling. Op politiegebied zal binnenkort, zoals gezegd, een landelijk rechercheteam operationeel zijn.

Ter voorkoming van misbruik van chemicaliën voor de illegale produktie van verdovende middelen is per 1 juli 1995 de Wet Voorkoming Misbruik Chemicaliën in werking getreden, die regels bevat ten aanzien van de vervaardiging van en de handel in precursoren, die overigens voor ongeveer 90% op legale wijze worden benut. Met deze wet voldoet Nederland aan de verplichtingen op grond van het verdrag tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen van 1988 en de daarop gebaseerde EG- verordeningen en richtlijn. Bij overtreding van de wet kan naast oplegging van vrijheidsstraf en geldboete ook financieel voordeel worden ontnomen.

De internationale regelgeving op dit gebied strekt ertoe de illegale handelsstromen in precursoren wereldwijd tegen te gaan. Het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze wet is gelegd bij de Economische Controle Dienst (ECD) die uit hoofde van andere toezichthoudende taken al contacten heeft met de chemische industrie. Er wordt door de Divisie Centrale Recherche Informatie en de ECD een centraal meldpunt bij de ECD tot stand gebracht dat inzicht geeft in de stromen precursoren.

Onder voorzitterschap van de Europese Commissie worden in overleg met de lidstaten initiatieven genomen om te komen tot een uitgebreidere samenwerking in internationaal verband, zoals met de VS, de voormalige GOS-landen en de ASEAN-landen.




Tweede Kamer, vergaderjaar 1994-1995, 24077, nrs. 2-3
© Ministerie VWS